
Maandag 17 december 2007 was het zover, de eerste lezing van stichting
OPEN in de universiteit van Amsterdam. Sprekers waren Arno Adelaars en Jeremy Narby.
Arno opende de lezing en begon met een algemene uiteenzetting over
Ayahuasca. Al snel werd duidelijk wat vele psychonauten uit
ervaring al wisten: er is niets algemeens aan een uiteenzetting over Ayahuasca. Het betoog van Arno ging onder andere over de samenstelling van de drank en de verschillen tussen die van
verschillende stammen. Daarnaast schetste hij ook een beeld van de verschillen in ritueel gebruik tussen bijvoorbeeld sjamanen uit Peru en Colombia. Naar mijn idee stond Arno een beetje onwennig op het podium en had hij moeite om zijn verhaal duidelijk naar buiten te brengen. Er zat naar mijn gevoel ook een nogal vreemd einde aan zijn betoog, namelijk een anecdote dat een man die onder invloed van Ayahuasca, zijn eigen penis had afgesneden. Ik vond dit persoonlijk
misplaatst omdat ten eerste Arno hier precies doet waar we van af willen: ‘anekdotisch, negatief materiaal presenteren als zijnde representatief voor de context waarin dit middel wordt gebruikt’ en daarnaast ging het bij dit voorbeeld om de zoon van iemand die Ayahuasca had meegenomen uit de jungle. Deze persoon had in een opwelling een slok genomen uit de fles met alle gevolgen vandien. Zoals Arno eerder vertelde en bij veel mensen bekend is, wordt er regelmatig Datura toegevoegd aan traditionele Ayahuasca, een middel wat verantwoordelijk is voor meerderen gevallen van zelfverminking, zoals in het voorbeeld door Arno aangehaald.
De hoofdspreker was Jeremy Narby die ik persoonlijk voor het
eerst zag. Eerlijkheid gebied me te bekennen dat ik, ondanks mijn
toch wel aanzienlijke leeservaring op dit gebied, nog niets had gelezen van Narby. Zijn verhaal heeft me in ieder geval doen besluiten om dit zo snel mogelijk goed te maken en toevallig is zijn laatste boek net in het Nederlands vertaald.
Jeremy begon te vertellen over zijn eigen geschiedenis als antropoloog en politiek activist die hem tijdens zijn studie naar de
Amazone brachten ten einde de gebruiken van oorspronkelijke bewoners van de jungle te gaan onderzoeken. Tijdens zijn verblijf tussen deze indianen werd hem al snel duidelijk dat de mensen in deze leefomgeving een ontzaggelijke hoeveelheid kennis bezitten over de planten die er groeien, en dan met name het gebruik ervan. Narby vertelde hoe hij meermaals aan de lokale mensen had gevraagd waar de informatie over de geneeskrachtige planten vandaan kwam en het antwoord wat hij steevast terugkreeg was: ‘van onze sjamanen, zij krijgen de informatie van Ayahuasca tijdens hun visioenen”.
Narby vertelde uitvoerig over het aanbod dat hij kreeg om aan
den lijve mee te maken waar de kennis vandaan komt en hoe dit leidde
tot zijn eerste Ayahuasca ceremonie. Deze ervaring opende letterlijk zijn ogen. Met humor vertelde hij hoe hij bij zijn terugkeer in Europa zijn ervaring had weggelaten uit zijn rapport. Zijn woorden: “Ik voelde Castaneda’s schaduw boven me hangen.”
Uiteindelijk is hij teruggekeerd naar deze eerste bevindingen en op dit moment zou je kunnen zeggen dat hij een brug vormt tussen twee culturen. Een brug die er als het ware voor zorgt, dat de taalverschillen tussen onze wetenschappers en de wetenschappers uit de het Amazonegbied, de Ayahuasuero’s, worden overbrugd en een begin kan worden gemaakt met het toegankelijk maken van een oeroude traditie die zich al lang bewezen lijkt te hebben.
Als voorbeeld haalde Narby curare aan, een gifstof die op een
bepaalde manier op Ayahuasca lijkt. Het is een specifieke stof, bereid door meerdere planten meerdere uren samen te koken. Het
uiteindelijke gif is alleen werkzaam wanneer het in de huid wordt gebracht maar niet als het oraal wordt ingenomen. Curare staat volgens Narby aan de basis van onze chirurgie in de zin dat het een aantal ontdekkingen op gebied van plaatselijke verdovingen en spierverslappers op gang bracht. Ayahuasca zou wel eens garant kunnen staan voor nog grotere veranderingen in onze cultuur. Om af te sluiten met Narby’s woorden, “Maybe the last hope of humankind is the merging of our science with their science.”